Online werkwoordspelling oefenen


DIT MOET JE EERST KUNNEN:

1 Persoonsvorm herkennen
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
Oefening 4
Oefening 5 (Zonder uitleg)
2 Woorden langer maken
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
 (Zonder uitleg)
3 Hele werkwoord zoeken
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
(Zonder uitleg) 
4 TEN en DEN werkwoorden herkennen
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
Oefening 4
(Zonder uitleg)

PERSOONSVORM IN DE TEGENWOORDIGE TIJD (tt)

5 Over ik
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3   (Zonder uitleg)
 
6 Over een ander
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
Oefening 4
(Zonder uitleg)
7 Over ik en een ander
Oefening 1
Oefening 2
(Zonder uitleg)
8 Jij/je er achter
Oefening 1
Oefening 2
(Zonder uitleg)
9 Alles door elkaar
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
Oefening 4
(Zonder uitleg)

PERSOONSVORM IN DE VERLEDEN TIJD (vt)

10 Gewone werkwoorden
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
(Zonder uitleg)
11 TEN en DEN werkwoorden
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
Oefening 4
(Zonder uitleg)
12 Alles door elkaar
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
Oefening 4
(Zonder uitleg)

NIET DE PERSOONSVORM                                                  ALLES DOOR ELKAAR. KAN IK HET?
13 Is het geen persoonsvorm? Lekker makkelijk!
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
Oefening 4
(Zonder uitleg)
14 Persoonsvorm in tt, persoonsvorm in vt en niet de persoonsvorm
Oefening 1
Oefening 2
Oefening 3
 
Oefening 4 (Zonder uitleg)
Oefening 5 (TOETSLES)