Kijk eerst of het woord een persoonsvorm is! Kijk dan in welke tijd het is.
Persoonsvorm in de tegenwoordige tijd
Over ik: Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)
Over een ander: Schrijf een -t (-den werkwoorden hebben toevallig -dt)
Je/jij erachter:: Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer) Bij 'je' alleen als het in 'jij' kan veranderen
Persoonsvorm in de verleden tijd
Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)
Maar: niet bij -ten en -den woorden die niet van klank veranderen! Deze krijgen -tt- of -dd-
Niet een persoonsvorm? Lekker makkelijk!
Schrijf het zo simpel als je het hoort (en maak het langer)